|
De jacht
De jacht wordt gedaan door de leeuwinnen. Leeuwinnen jagen in groepen. Een van
de leeuwinnen uit de groep sluipt om het prooidier heen. Tegelijk leiden de
andere leeuwinnen de aandacht af. Ze laten zich duidelijk zien. Zo omsingelen ze
het dier. Dan rennen een paar leeuwinnen opeens op de prooi af. Die schrikt en
rent de andere kant op om te vluchten. Maar daar staat die ene leeuwin op wacht.
De zebra of gazelle rent zo in haar klauwen. Leeuwen doden niet altijd zelf hun
prooi. Soms wachten ze tot andere dieren dat werk voor ze opgeknapt hebben. Als
bijvoorbeeld een hyena een dier gedood heeft, maakt hij daarbij veel lawaai. Als
de leeuwen dat geluid horen, komen ze van kilometers ver aangelopen ze jagen de
hyena ’s weg en eten de prooi op. De prooi van vrouwtjesleeuwen is meestal
groot:

-
Gazelle
-
Antilopen
-
Wrattenzwijnen
-
Zebra
-
Gnoe
De hele troep kan er van mee eten. Maar ze doden ook wel kleinere dieren
zoals:
Pas als de leeuwinnen een dier hebben gevangen, komen de mannetjes naar voren om
hun deel op te eisen. Een jagende leeuwin kan een snelheid van zo’n 60 kilometer
per uur bereiken. Dat is behoorlijk snel, maar veel van haar favoriete
prooidieren gaan harder. Daarom werken leeuwen samen. Tegen zonsondergang laten
de leeuwinnen hun welpen alleen dan gaan ze op jacht. Hun zandkleurige huid
maakt ze bijna onzichtbaar tussen de hoge dorre grassen. Door zijn opvallende
uiterlijk is de mannetjes leeuw minder geschikt om te jagen, want ze kunnen hem
met die mannen al van verre zien aankomen. Veel mannetjes leven uitsluitend van
het voedsel dat de vrouwtjes vangen. Zelf nemen ze haast nooit een kans om iets
te vangen. 9 van de 10 prooidieren vangen de vrouwtjes. De leeuw is ook een
echte luilak. Hij houd van niksen en veel slapen. |