|
Inleiding
In Egypte werd de Farao beschouwd als een god op aarde .
Alles was van hem hij was een soort koning. De eerste Farao´s werden begraven in
graftombes van baksteen. De graftombes werden steeds groter gemaakt en zo
ontstonden de piramides. Er is een tijd geweest dat alle ambachtslieden aan een
piramide bouwden. Soms deden ze er wel twintig jaar over. De Egyptenaren woonde
op een stuk vruchtbare grond van twintig kilometer breed. Aan beide kanten van
de Nijl. Het oude Egypte bestond in het begin uit twee koninkrijken. Het eerste
was boven Egypte en het tweede deel was beneden Egypte. In 3100 voor Chr. werden
deze twee koninkrijken bij elkaar gebracht door koning Menes. Hij was de eerste
koning die over heel Egypte heerste. |