sybren.willeweb.nl

Menu  

De bouw van de Batavia

In 1985 begon Willem Vos in Lelystad met het bouwen van een groot houten schip de Batavia. Willem Vos is scheepsbouwmeester, schepen bouwen had hij geleerd op scheepswerven in Nederland. Hij wilde nu een schip bouwen op de manier zoals het in de 17e eeuw gebeurde, dus al 400 jaar geleden. Ook moest zo veel mogelijk het zelfde materiaal gebruikt worden als vroeger. Voor het bouwen van een zeventiende eeuws schip heb je nodig:

  • hout


  • ijzer (voor nagels en bouten)


  • hennep (om touw te maken voor het tuig)


  • vlas (om stof te weven voor de zeilen)

  • Het hout voor de schepen uit de 17de eeuw kwam uit de bossen in Duitsland, Noorwegen en de Oostzeelanden. Maar hoe werden die rechte planken krom? Dat deed de brandploeg. Met heet water en vuur werden de planken krom gebrand. Het buigen van een plank duurde vijf uur. En nu gaat het op de Bataviawerf net zo! De bouw van elk schip begint met het leggen van de kiel. Dat is een balk die bijna net zo lang is als het schip zelf. Meestal bestaat die uit drie boomstammen. Ze werden in elkaar gezet met lassen dat waren schuine verbindingen in de lengte van de kiel. Ze werden met klink bouten in elkaar gezet. De scheepsbouwmeester beslist welke boomstammen hier geschikt voor zijn. Want de kiel is een van de belangrijkste dingen van het schip. Als de kiel lag werden de voor en achter stevens gemaakt. De voorsteven werd met klinkbouten aan de kiel geklonken schragen hielden de omhoogstekende steven op zijn plaats. Met een pen en gatverbinding werd de achtersteven vervolgens op de kiel vast gemaakt. De verbinding werd versterkt met een driestukkig hout, een kniestuk, in de hoek. Voordat de achtersteven rechtop werd gezet was daar al een deel van de spiegel aan vastgezet. De Batavia is gebouwd volgens de spanten methode. Daarbij werd de ruimte tussen de voor en achtersteven vol gezet met spanten, die met bouten met elkaar en met de kielbalk werden verbonden. Pas daarna werd begonnen met de romp beplanking. 84 spanten vormde de dwars constructie van de Batavia. Daarna werden de dekken gebouwd. Meestal waren het drie dekken, een koebrug een overloopdek en een verdek. Dekken zijn verdiepingen. Ze lopen over de hele lengte van het schip en geven het schip stevigheid. In de koebrug werd de lading opgeslagen. Het heet koebrug omdat je daar gebukt op handen en voeten moet lopen net als een koe. Het overloopdek was de plaats waar de bemanning leefde. Ze sliepen en eten daar tussen de kanonnen. De Batavia had 24 gietijzeren kanonnen aanboord, Oost-IndiŽvaarders moesten zich vroeger kunnen verdedigen, zelfs tegen oorlogsschepen. Op dit dek vond je ook de kombuis (scheepskeuken). Verder vond je daar de bediening van de scheepspompen en de grote spil. De spil werd gebruikt om te hijsen. Als het grote anker moest worden opgehesen dan legde de scheepslieden het ankertouw om de spil. Door de spil te draaien kwam dan het anker omhoog. Het bovenste dek was het verdek. Helemaal achter op het verdek was de kajuit. Voor de kajuit was de stuurhut. Daar stond een roerganger het roer te bedienen. Hij had geen uitzicht naar buiten. Boven hem, op het halfdek, stond de stuurman die wel uitzicht had. Op het halfdek boven de kajuit waren  De hutten waar de officieren en de passagiers sliepen. Het gehele dek op het achterschip noemen we de kampanje. Als de dekken klaar zijn werd het schip te water gelaten. Voordat dat gebeurd werd het eerst helemaal waterdicht gemaakt. Uitgeplozen touw werd tussen de kieren geslagen. De kieren werden daarna helemaal afgesloten met teer. Dat noemen we breeuwen. Voor het maken van de mast werden hele dennenbomen gebruikt die meestal uit Duitsland, Rusland en ScandinaviŽ komen. Er zijn heel wat bomen nodig voor de masten van het schip. De stengen en bramstrengen worden uit een stam gemaakt. De grote mast en de fokkenmast werden uit wel vijf boomstammen gemaakt. Beide masten bestaan uit een kern met daar omheen nog acht halve bomen. Dat is veel sterker als ťťn dikke boomstam. Het maken van een mast is een nauwkeurig werkje. Dat werd door gespecialiseerde timmerlieden in de mastenmakerij gedaan. De grote mast was een soort grenspaal. Het gewone scheepsvolk mocht niet voorbij de grote mast komen, want dat was het stuk van de schipper, de stuurman en andere passagiers. De matrozen mochten alleen achter de mast komen als ze daar werk moesten doen. Een ra is een ronde paal die dwars over de mast hangt. Aan de ra's hangen de zeilen. Elk deel van de mast heeft een eigen ra dus een eigen zeil. De Batavia heeft drie masten en een boegspriet. Totaal heb je zo'n tien ra's nodig. De grootste ra die aan de mast kwam te hangen, is 20 tot 25 meter lang en weegt 2000 kilo. Het ophijsen van de zeilen kan alleen maar met de grootte spil die op het overloop dek is. En dan waren er nog zestien mannen voor nodig. Er was een speciale constructie nodig om de ra's aan de masten te bevestigen. Want een ra moest tegen de mast aan zitten. Maar te gelijkertijd moest hij heen en weer bewegen. Met touwen alleen kon het niet, omdat die niet makkelijk genoeg over de mast heen schijven. Daarom werd er over die touwen houten ballen of kloten geschoven. Om de touwen en de kloten uit elkaar te houden, kwamen er plankjes tussen met gaten er in waar de touwen doorheen kunnen. Plankjes, kloten en touwen bij elkaar noemen we een rak. Een ra werd dus vastgehouden met een rak tegen de mast. Als de ra werd omhoog gehesen reed het rak als het waren met de mast omhoog. Een ra hing verder nog aan een touw waarmee hij werd opgehesen. Touwen met katrollen vanaf het ezels hoofd van de mast naar het uiteinden van de ra zorgde er voor dat de ra stevig komt te hangen. De Batavia heeft een zeil oppervlak van 1180 m2. De zeilen werden gemaakt van canvas, een stevig doek wat werd geweven van vlas. De stroken vlas werden met de hand aan elkaar gemaakt tot grote zeilen. Naast de zeilmakerij was de blokmakerij. Blokken waren nodig om de touwen met elkaar te verbinden. De blokken werden gemaakt van essenhout. Het blok werd uit ťťn stuk hout gemaakt in een ovale vorm. De voor- en achterkant zijn bol. Om ze te kunnen laten rollen werd er tussen in een sleuf gehakt. In die sleuf paste een schijf waarover het touw moest lopen. Die schijven werden meestal gemaakt van tropische pokhout. De schijven liepen over een pen dwars door het blok. Op de scheepswerf was altijd een smal gebouw van soms wel 500 meter lang was waar touwen werden gemaakt. Op de lijnbaan word touw geslagen. Door drie dunne touwen in elkaar te draaien ontstaat een dik touw.

    De maten van de Batavia zijn:
    Lengte over alles:56,60 m
    Breedte: 10,50 m
    Hoogte grote mast vanaf kiel: 55m
    Zeiloppervlak: 1180 m2
    Geschut: 24 gietijzeren kanonnen.
    Aantal opvarenden in 1628: 341personen.

    Nadat de herbouw voltooid was, heeft Koningin Beatrix op 7 april 1995 dit schip Batavia gedoopt waarna het te water is gelaten.

     
     

    ©2000-2007 Sybren Wille. All rights reserved