|
|
|
|
De Batavia
De Batavia is een VOC schip, hij werd gebouwd in Amsterdam
in 1628. Het is Oktober in het jaar 1628. Vanaf Texel vertrekt een vloot van
zeven VOC schepen naar Oost-Indië. Een van die schepen is de net gebouwde
Batavia. Genoemd naar de hoofdstad van Java. De Batavia is een retourschip. Dat
betekend dat het heen en weer vaart tussen Nederland en Azië. Om mensen en
goederen te brengen en te halen. Schipper van de Batavia, nu noemen we dat de
kapitein, is Adriaen Jacobsz. De commandeur heet Francois Pelsaert. Hij staat
nog boven de kapitein. Die eerste reis zijn er bij de Batavia veel stenen en
hout aan boord om in Oost Indië forten en huizen te bouwen. Schepen uit
Nederland namen vaak bouwmateriaal mee. Dat weegt nog al wat. Daardoor komt de
boot steviger in het water te liggen. Iets anders meenemen valt ook niet mee. In
Nederland zijn niet zo veel spullen waar ze in Oost-Indië blij mee zijn.
Omgekeerd is dat wel het geval. Over een jaar zal de Batavia boordevol
specerijen terug varen naar Nederland. Natuurlijk zij er ook kisten met geld en
juwelen aan boord. Om in Oost- Indië de gekochte spullen te kunnen betalen. En
in het ruim ligt zoveel mogelijk eten en drinken: tonnen met water, bier en
wijn. Varkens die zo lang mogelijk in leven worden gehouden. En heel veel
scheepsbeschuit en bonen. Van die voorraad moeten meer dan driehonderd
bemanningsleden minstens een half jaar eten. Pas dan zullen ze bij kaap de Goede
Hoop zijn (het zuidelijkste puntje van Zuid-Afrika). De VOC heeft daar een
verversing station gebouwd. Met boerderijen en vee en moestuinen vol groenten.
Nadat de Batavia op kaap de Goede Hoop vers vlees, groenten en fruit heeft
ingeladen word de reis vervolgd naar Oost-Indië. De Batavia is voor de kust van
West Australië vergaan. Er waren 341 mensen aan boord, bemanning en passagiers.
40 mensen verdronken bij de stranding de andere wisten een eilandje te bereiken
maar daar was geen voedsel en water. Francois Pelsaert besloot toen om met een
paar officieren en manschappen hulp te gaan halen bij de stad Batavia. Zij
vertrokken met de grote sloep. Na zes weken kwamen zij niet ver van Batavia,
schepen van de VOC tegen. Toen Francois Pelsaert weer bij het Australische
eiland terug kwam bleek dat al meer dan 100 van de overlevenden waren vermoord
door Jeronimus Corneliszoon. Al onderweg had hij al voor allerlei problemen
gezorgd. Hij wilde nu op het eilandje een koninkrijk stichten, daar was geen
plaats voor alle overlevenden van de schipbreuk. Daarom heeft hij er maar een
stel vermoord. Pelsaert en zijn mannen overmeesterden de muiters en bestraften
ze. De meeste werden opgehangen anderen werden gekielhaald, kregen zweepslagen
of zijn zomaar ergens aan land achtergelaten.
|
|